Home

  • Niets onmogelijk

    [Markus 10:27] Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’NBV21

    Lezen: Markus 10:17-31

    Je hoort de tekst van vandaag wel vaker, ook als het om genezing en wonderen gaat, maar de context leert ons dat we hier te maken hebben met behouden, gered zijn. Het verhaal is bekend, de rijke jongeling komt bij Jezus. Hij heeft zo het verlangen om behouden te worden, het eeuwige leven te beërven. Maar als Jezus hem de oudtestamentische weg wijst, via het houden van de wet, dan zegt hij dat hij dat allemaal doet. Dat is onmogelijk, omdat tenslotte alle mensen gezondigd hebben en daardoor Gods nabijheid missen, zegt Rom.3:3.

    Maar Jezus ziet hem aan en ziet zijn bolwerk, het struikelblok zijn rijkdom. Ok, zegt Jezus, als je dat verkoopt en weggeeft en mij volgt dan heb je het. Maar dat gaat de jongeman te ver, want het is zijn afgod! We kunnen nog zo vroom zijn, maar waar willen we geen afscheid van nemen als Jezus ons dat vraagt?

    Deze opdracht geldt in dit specifieke geval deze knul, maar iedereen heeft wel iets wat hij ten diepste boven God stelt. Daarom is het, vanuit onszelf ook onmogelijk om gered te worden!

    Wanneer we geen afscheid willen nemen van ons bolwerk, dan kunnen we het wel eens zomaar gaan missen. Dus onderzoek jezelf en bekeer je ervan!

    Voor mensen is het onmogelijk om behouden te worden, maar voor God is alles mogelijk. Want er is een offer gebracht op Golgotha, het bloed van Jezus heeft gevloeid, voor onze genezing, voor onze bevrijding en voor onze redding en we hoeven het alleen maar te ontvangen, in geloof, uit genade.

    Daarom is bij God alles mogelijk en dus niets onmogelijk, als het gaat om redding, maar ook als het gaat om genezing en wonderen. Want door Zijn offer heeft Jezus alle macht en is Hij altijd bij ons tot aan het eind! Samen met Hem kunnen we alles aan, want Hij is erbij!

  • Verootmoediging , sleutel tot opwekking

    [2Kron.34:26-27] En tegen de koning van Juda persoonlijk, die jullie heeft gestuurd om de HEER te raadplegen, moeten jullie zeggen: “Dit zegt de HEER, de God van Israël: Jij hebt je hart opengesteld voor de woorden die je hebt gehoord. Je hebt je verootmoedigd toen je hoorde wat Ik over deze stad en haar inwoners heb gezegd. Je hebt je voor Mij vernederd, je kleren gescheurd en voor Mij gehuild. Daarom heb Ik ook naar jou geluisterd – spreekt de HEER. NBV21

    Lezen: 2Kron.34:14-33

    Wat bevinden zich er toch prachtige verhalen in het Oude Testament, verhalen waar we ook vandaag de dag van kunnen leren. Wat is er gebeurd? De koningen van het Juda, het Tweestammenrijk hadden zich ook afgekeerd van God. Manasse, de opa van Josia, waar het in dit verhaal over gaat, had zich echter bekeerd en was begonnen met een grote reiniging van afgodsbeelden e.d. Zijn zoon Ammon echter vond dat maar niks en liep weer de afgoden achterna. Hij wordt vermoord en Zijn zoon Josia wordt op 8jarige leeftijd koning. Maar hij treedt in de voetsporen van zijn opa en gaat verder waar die gebleven was, daarmee ook de vuiligheid van zijn vader opruimend, hij vernietigt zelfs de hoogten waar al die tijd geofferd werd aan de afgoden. Hij treedt in de voetsporen van David!

    Dat wordt beloond, want er wordt een boekrol gevonden, men zegt dat het boek Deuteronomium moet zijn geweest, waar zegen en vloek duidelijk tot zijn recht komen. Daar schrikt hij van en verootmoedigt zichzelf en gaat de HERE raadplegen. De profetes Hulda doet dan de uitspraak waaruit onze tekst komt. De vloek zal zeker over het land komen, maar Josia zal het niet ondervinden noch zien, omdat hij zich verootmoedigd heeft voor de HERE God.

    Hier zie je dus in werking treden wat God al had gezegd tegen zijn voorvader Salomo in 2Kron.7:14, doordat Josia doortastend optreedt, bekeert het hele land zich en gedurende zijn hele regering wijken zij niet af van achter de HERE, de God van hun vaderen.

    En nu naar vandaag. Al bijna 2 jaar is ons land in de ban van een pandemie, die levens kost, de zorgt een zorg infarct bezorgt, wiens maatregelen alleen maar rebellie oproepen omdat men de regering wantrouwt, wat zelfs leidt tot buitensporig geweld, kijk maar naar gisteren in Rotterdam en waar zelfs broeders en zusters zich bij scharen. Is opstand het antwoord? Is verzet het antwoord? Mijn antwoord, mede gegrond op dit stuk is hartgrondig: NEE.

    Wat ons past is deze sleutel, die we van de jonge Josia leren: verootmoediging, ons vernederen voor God en Hem aanroepen en ons bekeren van de verdeeldheid, die nog erger is dan de pandemie zelf!

    Vandaag leren we van deze jonge koning de oplossing voor deze pandemie, want als we dit massaal gaan doen, zoals Presence dat al doet in de provincie hoofdsteden, dan zal ons land genezen. Die belofte hebben we! Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest zal het geschieden.(Zach.4:6)

    Zullen we ons massaal gaan verootmoedigen en ons bekeren van onze slechte wegen?

  • Klop, klop

    [Openb.3:20] Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij. NBV21

    Lezen: Openb.3:14-21

    Hoort, wie klopt daar kinderen?, hoor je vandaag de dag weer zingen, al is het veel minder dan vroeger. Maar eigenlijk zou dat ook de titel van de Opfrisser van vandaag kunnen zijn. Jezus klopt aan de deur van ieders hart, want Hij wil zo graag naar binnen! En Hij staat bij velen nog buiten. Zelfs bij de kerk, waar het hier in eerste instantie over gaat, de gemeente van Laodicea. Ze waren lauw geworden, het vuur was gedoofd. En als het vuur gedoofd is, komen de wolven en roven van alles, vooral je passie voor Jezus

    Wij gebruiken het plaatje als achtergrond bij het evangeliseren en zeggen dan of men het herkent en of men wel eens bidt. Aan de hand van 9 vragen komen we erachter of mensen rijp zijn om geplukt te worden. De Heilige Geest had tegen de man gezegd, die het van Hem ontvangen had, dat als hij zou delen, de Heilige Geest zou schudden. En alleen rijpe appels vallen uit de boom! Wat nog niet rijp is, moet je nog niet willen plukken. Dit haalt zo de druk af van het moeten presteren en van de angst om te falen, want is men nog niet rijp, dan ligt dat niet aan jou. Het wordt dan ook wel Evangeliseren makkelijk gemaakt genoemd. Wil je dat ook eens meemaken, nodig ons uit in je gemeente voor een training!

    Maar Jezus kan dus ook bij kerkmensen nog buiten staan. Mensen denken dat ze er niets aan kunnen doen om gered te worden, maar dat klopt niet. Want Hij staat buiten en de knop zit aan de binnenkant, jij bent degene die open moet doen en Hem bInnenlaten. In die tijd konden Romeinse soldaten bij een willekeurig iemand naar binnen stampen en de woning opeisen, ook tijdens de bezetting in 40-45 kon dat, inkwartieren heette dat. Maar Jezus dendert niet binnen, hIj is een gentleman, Hij wacht, maar klopt wel, soms zachtjes, maar soms ook loeihard, want Hij wil niets liever dan binnenkomen en een relatie met je aangaan. Eten in die tijd was een feestje, maar duidde ook op relatie. Daarom waren de mensen zo boos dat Hij bij Zacheus ging eten destijds.

    De grote vraag is, hebben wij Hem al binnengelaten, of staat Hij nog in de kou? Is Hij de Heer van ons huis, van ons leven? Staan we (nog) in vuur en vlam voor Hem, of zijn we lauw? Dan loop je de kans uitgespuugd te worden en dat moet je niet willen.

    Als je Hem nog nooit hebt binnengelaten, bid dan dit gebed, hardop en met je hart:

    Lieve Here Jezus, ik open de deur van mijn hart. Ik zeg sorry voor mijn zonden. Ik kies ervoor om U te volgen en U de Heer van mijn leven te maken. Vul mij met Uw Heilige Geest, in Jezus Naam, amen!

    Als je dit voor het eerst hebt gebeden, stuur ons dan een berichtje, dan gaan we je verder helpen om Hem te volgen!

    En heb je dit dan al gedaan, deelde het dan zoveel mogelijk, opdat er mensen, door jouw deel actie worden gered! Doe je mee?

  • Hij is erbij!

    [Mat.28:20] En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen. HSV

    Lezen: Mat.28:16-20

    Je hoort het wel eens mensen bidden:’Heer, wilt U bij ons zijn’ weer zo’n typisch voorbeeld van ongeloof en onnodig gebed, want Hij heeft beloofd, dat Hij dat zal dat doen! Dus als we dat bidden ervaren we het wellicht niet, maar we hebben de belofte van Zijn woord, zowel gesproken als geschreven, dus mogen we ervan uitgaan, dat Hij er is!

    En natuurlijk staat het als steun aan het eind van de Grote Opdracht, die als eerste steun heeft dat Hij alle macht heeft op de hemel en op aarde. Zoals een ouderwetse boekensteun de boeken op zijn plaats hield, zo houdt Zijn almacht, Hij is ten slotte de El Shadai , de Almachtige, ons vast aan het begin, en Zijn aanwezigheid aan het eind, zodat we die Grote Opdracht kunnen volbrengen, in de kracht van de Heilige Geest!

    En dat is nogal wat, als we dat beseffen, dat Hij dus overal met ons meegaat, zoals ik gisteren ook al schreef. Waar wij zijn is Hij, is Zijn Aanwezigheid. Zoals de priesters in het Oude Testament de Ark van het verbond, symbool van Zijn Aanwezigheid, op hun schouders droegen, zo dragen wij Zijn Tegenwoordigheid, die in ons is, toen we tot geloof kwamen en op en rond ons is, toen we gedoopt werden met de Geest, binnen in iedere ruimte, die we betreden.

    Als we dat beseffen dan gaan we daar ook naar handelen, dan verandert de atmosfeer, dan worden demonische machten stil, of gaan zich juist roeren, zoals ze dat bij Jezus deden, gaan er zieken genezen worden en doden worden opgewekt.

    Wees je vandaag bewust van Zijn aanwezigheid bij je, al de dagen. En dan hoeven we ook niet bang te zijn voor 1G, 2G of 3G, Hij is erbij!

  • Het huis van de HERE

    [Psalm 122:1]Verheugd was ik toen men mij zei:
    ‘Wij gaan naar het huis van de HEER.’ NBV21

    Lezen Psalm 121

    Mijn vader zaliger zei altijd, als ik geen zin had om naar de kerk te gaan en vroeg waarom ik mee moest: ‘je moet niet naar de kerk, je màg naar de kerk’ ‘maar als ik niet wil, dan moet ik toch’, antwoordde ik dan en ik ging maar weer mee. Achteraf nooit spijt van gehad hoor, maar zo werden we opgevoed.

    Nu is het Huis van de HERE niet de kerk, laat ik dat vooropstellen. Het was, ten tijde dat deze Psalm gemaakt werd, de tempel in Jeruzalem, de eerste tempel, die van Salomo. Daar woonde God, tussen de Cherubs, in het Heilige der Heilige, symbool van Zijn tegenwoordigheid. En men ging niet iedere zondag, maar minstens eens per jaar als het mogelijk was, om daar een van de feesten bij te wonen. De liederenreeks, waaruit deze Psalm komt, zijn pelgrimsliederen, een soort vroom ‘we hebben een potje met vet’ om de moed erin te houden en elkaar aan te vuren om door te zetten, op die lange tocht.

    Maar als men kon gaan, dan was dat een feest en dus was men verblijd. Nu in onze tijd kunnen we wekelijks naar de kerk, doordeweeks naar de huis-, of Connect groep zoals dat tegenwoordig heet en als je niet kunt, of het wel lekker vindt om nog in je pyjama te kijken, meedoen met de livestream.

    Nogmaals de kerk, het gebouw, is niet het huis van God, dat zijn wij zelf, want wij zijn een tempel van de Heilige Geest, Hij woont ín ons. Waar wij zijn is Hij, we dragen Hem binnen als we ergens binnen komen, Hij kijkt met ons mee, als we ergens naar kijken, dus vers 1 gaat in die zin niet meer op.

    Maar wat we wel hebben, als we met elkaar bijeen zijn, in Zijn Naam, is Zijn tegenwoordigheid. Dat weten we op grond van Zijn Woord en beloften als je met twee of meer in Mijn Naam bijeen bent, dan ben Ik in je midden, zei en beloofde Jezus. Soms voel en merk je dat. Kippenvel, haren overeind, of gewoon een heerlijk rust en vrede, maar ook als je het niet voelt is het zo, want Zijn woord zegt het.

    Dat is een reden om de onderlinge bijeenkomsten niet te verzaken, waartoe de Hebreeënbrief ons oproept. Want waar Hij is, is volheid van vreugd zegt Psalm 16. En Zijn Aanwezigheid geneest, soms al voor er voor je gebeden is door het ministry team (gebedsteam) als dat in je kerk aanwezig is.

    Dus laten we elkaar oproepen om naar de samenkomsten te gaan en daar Zijn aanwezigheid te smaken, iedere keer weer, als de gemeente in Zijn Naam bijeenkomt. want als Hij er is, kunnen wij toch niet wegblijven?

  • Voorziener

    ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’
    ‭‭Filippenzen‬ ‭4:19‬ ‭HSV‬‬

    Lezen: Fil.4: 10-20

    Het gebed wat mijn ouders, en ook ik jarenlang, baden na het eten ging als volgt: ‘O Here, wij danken U van harte, voor nooddruft en voor overvloed’ nu is het makkelijk om God te daken voor de overvloed, maar voor de nooddruft? Het woordenboek omschrijft dat als het gebrek aan het meest elementaire. Maar ik denk dat we toen niet wisten wat we baden. Financiële problemen waren ons toen ook niet vreemd.

    Maar wat een belofte ontvangen we vandaag in deze tekst. Even over de context. Paulus bedankt deze gemeente omdat ze zoveel hebben bijgedragen aan zijn bediening. Hem overvloedig hebben gezegend en ten diepste hebben ze het niet aan Paulus gegeven, maar aan de Here, voor wie het ook welbehaaglijk was.

    De voorziening van God kan dan ook nooit los gezien worden van ons geven aan Hem en aan Zijn dienst. Want die zijn met elkaar verbonden. Wie karig zaait zal karig oogsten, staat er ook ergens. Dus als wij krenterig zijn moeten we niet verwachten overvloedig gezegend te worden.

    Niet dat je het daarom doet, het is een bijbels principe, dat van zaaien en oogsten dus. Zaai je in het koninkrijk, uit liefde, dus met de juiste hartsgesteldheid, dan mag je dat terugverwachten, meer nog dan dat je gezaaid hebt. Doe je dat om meer te ontvangen, of omdat men je dwingt het te doen, dan treedt het principe niet in werking.

    Sommigen noemen het geven van tienden oudtestamentisch, ik zeg dan altijd, prima, doe jij het op de nieuwtestamentische manier van Hand, 2:44: ze hadden alles gemeenschappelijk.

    Geven om te ontvangen is dus niet goed en dan werkt het ook niet, het gaat om je hart. Dan tel je niet tot op het dubbeltje of je al aan de 10% zit, dan geef je gewoon meer. God kent je hart en dan heeft Hij ook nog eens de blijmoedige gever lief. En dan worden de sluizen van de hemel geopend, daar mag je Hem op testen, zegt Hij Zelf

  • Getuigen van Jezus

    [Joh.4:29] ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ [30] Toen gingen de mensen de stad uit, naar Hem toe. NBV21

    Lezen: Joh.4:14-35

    We bevinden ons in die prachtige geschiedenis van de Samaritaanse bij de put. Al eind jaren 70 schreef ik daar een liedje over, Levend Water genoemd. Maar gisteren, tijdens een les die ik volg van de Global Evangelist Alliance, kreeg het een diepere dimensie voor mij.

    We kennen allemaal het verhaal. Jezus moest door Samaria gaan, niet omdat het korter was, maar omdat de ontmoeting met deze vrouw gepland was in de hemel. Midden op de dag gaat zij water halen, in die tijd een taak voor vrouwen. Maar midden op de dag was het altijd stil bij de put, daarom kwam ze op dat tijdstip, ze schaamde zich, omdat ze een ‘man eater ’ was, ze had er al 5 gehad en woonde nu samen met een zesde, die niet haar man was.

    Maar daar zat Jezus en die begint een gesprek over gewone alledaagse dingen, Hij vraagt om water en het gesprek kennen we. Ondanks dat Hij, door een woord van kennis, weet wie ze is en wat ze gedaan heeft is er geen grammetje veroordeling bij Hem voor haar, enkel liefde. Zij wordt dan ook de eerste bekeerling in Samaria. En niet zomaar eentje!

    De discipelen waren naar het stadje gegaan om eten te halen, misschien wel mopperend, midden op de dag, alles gesloten, iedereen doet een dutje. En ze komen terug, met eten, dat wel, maar ze hebben geen gelegenheid aangegrepen om iemand uit te nodigen. Want ja, dit was Samaria daar moest je eigenlijk niet zijn, sterker nog, verre van blijven. Dus ze brachten niemand mee.

    Dan de vrouw, een ontmoeting van Jezus, vol liefde en in de kracht van de Heilige Geest, zij, uitgerekend zij, neem het hele stadje mee, ze nodigt iedereen uit en ze komen allemaal. Opwekking breekt uit!

    De uitspraak die Jezus dan doet, is vandaag de dag nog geldig. [35] Zeggen jullie niet: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie dit: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst!

    Ook vandaag is dat zo, als we de straat opgaan zijn er altijd mensen die bereid zijn om hun harten te openen voor Jezus. De wereld wacht op ons? Het ligt niet aan de oogst, het ligt aan de arbeiders! Die zijn er weinig zegt Jezus in Mat.9:37

    De man die de les gaf, Mikel French genaamd, deed deze uitspraak:

    De wereld is meer klaar voor Jezus, dan dat de kerk klaar is voor de wereld!

    Zullen wij er vanaf vandaag verandering in brengen? Wij ga jij het vandaag vertellen? Jezus deelde de blijde boodschap zonder veroordeling, de discipelen waren verblind door hun vooroordeel, wat gaan wij doen? Deel de boodschap van de ultieme liefde vandaag, zonder oordeel, maar overlopend van liefde!

    En stop met zaaien, ga oogsten, de velden zijn wit!

  • Liederen van bevrijding

    [Ps.32:7] Bij U ben ik veilig, U behoedt mij in de nood
    en omringt mij met gejuich van bevrijding. sela (NBV21)

    Lezen: Psalm 32

    Veel mensen zitten nog gevangen, ook gelovigen. Ze worden gevangen gehouden door kettingen van gebondenheid. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, zoals de zonden van het voorgeslacht, die naadloos overgegaan zijn op het nageslacht. Hele families worden daarmee gevangen gehouden, maar ook hardnekkige, eigen zonden en Onvergevingsgezindheid kunnen van deze boeien zijn, die uit kunnen groeien tot bolwerken. Men komt niet tot het doel wat Vader God over hen droomde toen Hij hen in de moederschoot weefde. Een bevrijdingssessie kan bevrijding geven, maar daarna volgt wel het wandelen in die bevrijding.

    David, de Psalmdichter van de tekst van vandaag worstelde daarmee. Datgene waar hij zelf door geplaagd werd vond opnieuw plaats bij zijn zonen, waarvan de ene zijn dochter verkrachtte en de ander met zijn bijvrouwen sliep.

    Toch zegt David hier dat hij die bevrijding heeft meegemaakt en dat hij zich veilig weet bij de HERE, daar kun je altijd het allerbeste schuilen, geen plaats is veiliger. Want Hij behoedt je in de nood en zingt, schreeuwt liederen van bevrijding over jou.

    Want laten we éèn ding vooropstellen, God wil niet dat je gevangen zit, maar dat je wandelt in die vrijheid. Geen angst voor wie of wat dan ook, want dat spant een strik, maar in vrijheid, ongebonden, wandelen in het Licht, zodat jezelf het licht kunt zijn, waartoe we geroepen zijn.

    Remedie? Belijd de zonden van je voorgeslacht, Breek met de zonde van jezelf, vergeef wie je kwaad hebben gedaan en stuur iedere duistere macht bij je weg in de Naam van Jezus. En gaan wandelen door de Geest en als je goed luistert hoor je hem dan juichen, het uitroepen, die liederen van bevrijding en mag jezelf meezingen:

    You unravel me
    With a melody
    You surround me with a song
    Of deliverance
    From my enemies
    ‘Til all my fears are goneI’m no longer a slave to fear
    I am a child of God
    I’m no longer a slave to fear
    I am a child of God

    (No longer slaves)

  • Eensgezind strijden

    [Fil.1:27] Hier gaat het om: blijf leven in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan zien als ik bij u kom, of als ik niet kom over u kan horen, dat u één van geest bent en eensgezind strijdt voor het geloof in het evangelie. NBV21

    Lezen: Fil.1:27-30

    Ik denk dat als Paulus in deze tijd geleefd had hij zich kapot geschaamd zou hebben voor ons, christenen van vandaag. Als we ooit als kemphanen tegenover elkaar gestaan hebben dan is dat nu. Antivaxers, viruswappies, coronaontkenners, of juist pro 2G, de regering steunend etc. Nu is dat natuurlijk niet iets van de laatste tijd, neem maar het aantal kerkgenootschappen die we hebben, meestal ontstaan vanuit een scheuring of afsplitsing. Niet omdat we eensgezind waren in ieder geval

    Maar hier staan het ‘wandelen het evangelie waardig’ en het ‘eensgezind strijden voor het evangelie’ in één zin. Ze horen bij elkaar. In Fillipi was men trots op het Romeinse burgerschap wat men daar had en dat vertaalde zich ook in het christen zijn met elkaar. Als er vervolging kwam, dan was men eensgezind en stond men voor elkaar op de bres.

    Paulus benadrukt hier weer, dat we eensgezind moeten zijn, één van Geest, geleid door dezelfde Heilige Geest. En ook wij zouden dat moeten zijn. Ons niet zo druk maken over maatregelen en samen bidden voor wijsheid voor de regering ipv burgerlijk ongehoorzaam zijn en elkaar verbijten en vereten op de Socials.

    Juist in een tijd als nu, waar men, zoals sommigen beweren, de voetstappen van Jezus al hoort van Zijn komst. Moeten wij, als bruid, zonder vlek of rimpel, Zijn komst voorbereiden, niet door verdeeld te zijn, Hij komt niet voor een harem, maar eensgezind in de strijd om verloren zielen, zodat Zijn bruid nog mooier wordt. Hoe bereiden we ons voor?

  • Ieder zijn deel

    [Markus 12:17] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ En ze waren met stomheid geslagen. NBV21

    Lezen: Markus 12: 13-17

    Ze proberen Jezus weer eens in de val te lokken met een uitspraak, waarmee ze Hem later zouden kunnen beschuldigen, maar zoals altijd is Zijn wijsheid hen te slim af. Ze vragen of het geoorloofd is om aan de keizer belasting te betalen. De keizer noemde zichzelf God, hij droeg, net als Jezus, de titel Kurios. En er waren er die burgerlijke ongehoorzaamheid aanmoedigden.

    Een situatie die we vandaag de dag om ons heen, ook onder christenen, aantreffen. Vanavond krijgen we te horen welke maatregelen de regering weer gaat nemen om de pandemie de kop in te drukken, omdat het aantal besmettingen en de opnames in de ziekenhuizen schrikbarend toeneemt. Nu kun je op 2 manieren reageren. Je kunt (weer) gaan protesteren op het Mailieveld met alle gevolgen van dien. Je kunt de complottheorieën weer gaan reposten die op je tijdlijn gaan verschijnen, zeker als je daar al eens eerder op geklikt hebt, of je kunt je er aan houden en, samen, schouder aan schouder, deze vijand van onze vrijheid bestrijden. Want de regering is niet onze vijand, dat is het virus. En als we de regering bestrijden, zijn we bezig met onze focus verkeerd te leggen.

    Jezus geeft met Zijn antwoord niet direct gehoor aan de vraag van Zijn tegenstanders., maar is aan de andere kant wel duidelijk. Jezus keert Zich daarmee tegen de revolutionaire bewegingen (Zeloten) die de Romeinen met geweld uit het land wilden verjagen. ta Kaisaros (de dingen van de keizer) omvat niet alleen de aan hem verschuldigde belastingen, maar alles wat hem wettig toekomt (respect, gehoorzaamheid). Jezus bevestigt daarmee het principe van gehoorzaamheid aan de overheid (vgl. Rom.13:1-7; 1Pet.2:13-17). Onderwerping aan de overheid is dan ook niet onverenigbaar met het dienen van God, zoals zovelen denken.

    Het enige wat we voor de overheid kunnen en moeten doen, is bidden. Dat is de Bijbelse opdracht, niet tegen hen, maar voor hen, voor wijsheid en inzicht, want ik geef het je te doen.

    En wat wij, gelovigen moeten doen, is gewoon het voorbeeld geven en gehoorzaam zijn, wat Jezus hier dus zegt. En ons verootmoedigen, zoals het recept voor opwekking luidt in 2Kron.7:14, al het andere is rebellie en we weten wie daar de bron van is!

%d bloggers liken dit: